J. Claris – Ondernemer slachtoffer

Zaterdagmorgen 9 april om  9.00 uur de Ridderhof. Het is een mooie morgen de zon schijnt en mijn buurvrouw en collega doet ook haar winkel open en  begroet mij met de bekende vraag “hebben we er weer zin in buurman” en mijn antwoord daarop  “ ja Margriet natuurlijk het is mooi weer dus laat de klanten maar komen!”

Dezelfde ochtend 11.55 uur, zijn er klanten in de winkel t.w. een vader met zijn twee dochtertjes. We horen een rumoerig geklapper in het winkelcentrum, wat ons doet vermoeden dat er een kind met een klapper pistool loopt te spelen. Even later komt mijn buurvrouw Margriet vragen of wij  even kunnen helpen, omdat er verderop  een oudere dame is gevallen die niet alleen op zou kunnen staan. Ons antwoord is dat wij er aan komen, alleen even de kleding terug hangen die wij in onze handen hebben en  Margriet verdwijnt uit de deuropening.

Een paar tellen later verschijnt er een jonge man in mijn deuropening en blijft daar staan, hij kijkt mij aan en begint tegen mij te lachen , trekt uit zijn linker broekzak een revolver en begint op ons te schieten. Het meisje naast mij wordt getroffen door een kogel. Wij zoeken samen een veilig heenkomen. Op onze vluchtweg horen wij mijn buurvrouw Margriet ( zij is terug gekeerd ) roepen dat wij moeten vluchten daar er een idiote gek loopt te schieten. Helaas blijkt later dat zij dit niet heeft overleefd en dat wij  een goede vriendin en collega hebben verloren.

Nu (een jaar later) zijn wij weer aan het werk al zijn de gevolgen van deze bloederige moord partij nog altijd voelbaar. Dagelijks missen wij de mensen die het leven hebben verloren en leven wij in onze familie met de geestelijke en economische  gevolgen van deze  gruwelijke dag. Wij proberen ons leven weer op te pakken, maar kunnen het moeilijk verteren dat de verantwoordelijke personen die de moordenaar in staat hebben gesteld de benodigde een wapenvergunning te verstrekken, hun handen in onschuld wassen.

Dit is mijn beleving van de gruwelijke en donkere dag van 9 april 2011.

 J.C.